Wonen, welzijn en zorg

T073 - 534 23 42

Bij mijn herinneringen aan mijn jeugd, ik ben opgegroeid in de stad, komen er die dingen naar boven die zo gewoon waren. In huis waren het de geuren, de lichtinval in de kamer, de geluiden van een krakende traptrede, het poken van de kachel of de gedempte stemmen van mijn ouders als we op bed lagen. Ook de vaste plaats van gebruiksvoorwerpen en de kleur van het behang gaven steeds het gevoel van thuis zijn.

In het kleine achtertuintje, waar wij met 7 gezinsleden bij mooi weer zaten, stonden wat bekende planten zoals de forsythia, de boerenflox en herfstasters. Met de natuur was ik op die leeftijd nog niet zo bezig, maar het in de avondschemering luisteren naar het gezang van de merel is me altijd bijgebleven.

Een andere opvallende aanwezige in de stadstuinen was de huismus. In onze ogen geen bijzonder vogeltje, maar wel een die er gewoon altijd was. Als mijn moeder het tafelkleed uitklopte waren ze er direct bij om de kruimeltjes brood op te pikken en op warme dagen zag je ze altijd langs de heg een zandbad nemen. Luidt tjilpend achter elkaar aanvliegen en ruzie maken om daarna weer, als in een grote familie, rond te scharrelen voor eten.

Bij iedereen in de buurt was er wel een mussennest onder de dakpannen en vanaf april werden daar de eieren gelegd en uitgebroed. Meestal 3 tot 5 eieren en vaak meerdere broedsels per jaar. Soms viel er wel eens zo’n jong uit het nest, kaal en blind, en dan gingen wij proberen om die met melk en brood in leven te houden in een luciferdoosje met watten. Het was ons totaal onbekend dat jonge mussen voornamelijk met insecten worden grootgebracht en we waren dan ook nooit succesvol. Na het klein verdriet ging het leven weer snel verder, want er waren mussen genoeg.

sparrow 3419626 640

Dat de huismus bij ons ook een ‘thuisgevoel’ heeft, blijkt wel uit het feit dat hij een echte cultuurvolger is. Dat wil zeggen dat hij zijn levenswijze en gedrag altijd heeft afgestemd op de mens. Het voedsel van de mus bestaat ook vaak uit door de mens achtergelaten etensresten, fruit, zaden, maar ook insecten, een echte alleseter. Broeden doet hij ook vooral in gebouwen of tegen gevels en het nest bestaat meestal uit gedroogd gras, veertjes maar ook papier, plastic en ander menselijk afval. Buiten het broedseizoen leven ze in grote gezamenlijke groepen en trekken ze door tuinen en parken. In de jaren 60 was het de meest voorkomende vogel in Nederland, maar naar het eind van de 20e eeuw zijn ze in aantal erg afgenomen. Een van de vermoedelijke redenen is het vernieuwde bouwen van huizen waarin men voor de isolatie zowat alle openingen in dak en gevel heeft dichtgestopt. Ook het gebrek aan versnipperde stukjes grond in woonwijken en het gebruik van landbouwgif heeft er aan bijgedragen. De laatste jaren is er aan de afname gelukkig een einde gekomen, en kunnen we hem nog regelmatig treffen en genieten van die grappige brutale vogel die mij het gevoel van mijn vroegere thuis weer even geeft.

Louis Firing
Terreinonderhoud